Menu

Perspectieven

Tot op welke hoogte zullen de overheden trachten het Net te controleren? Sluiten Facebook, Google en aanverwanten hun gebruikers niet beetje bij beetje op in hun respectievelijke modellen? Waarom is het zo belangrijk om de neutraliteit van het Net te vrijwaren?

Er is vaak beweerd dat het Internet de politiek ging dooreenschudden en zo bijdragen aan de vestiging van een betere democratie. Nu kunnen we duidelijk vaststellen dat we er nog niet geraakt zijn. Trouwens, moeten we die rol wel aan Internet toeschrijven?

In 2011 oefende de Amerikaanse Staat druk uit op Twitter om de gegevens vrij te geven van twee personen die we met Geek Politics ontmoetten, namelijk Jacob Appelbaum en Birgitta Jonsdottir, omwille van hun betrokkenheid bij WikiLeaks. Voor ons, hackers, is het respect van ons privéleven de voorwaarde van onze vrijheid van meningsuiting op het Net.

De uitdagingen voor de Internetfamilie

Het Net en de democratische deugden

Respect voor privacy: een conditio sine qua non

Passion, méritocratie et limites

Vers une économie de la contribution ?

Ressources humaines

De uitdagingen voor de Internetfamilie Het Net en de democratische deugden Respect voor privacy: een conditio sine qua non
Foto van Jean-Marc Manach
Foto van Dominique Cardon
  • Naam:

    Cardon

  • Voornaam:

    Dominique

  • Land:

    France

  • Bezigheid:

    Socioloog, onderzoeker in het laboratorium van de toepassingen van France Telecom en onderzoeker verbonden aan het Centre d'études des mouvements sociaux (EHESS). Auteur van ‘La démocratie internet: promesses et limites’ (De democratie van Internet: beloftes en beperkingen’).

Foto van Wendy Seltzer
  • Naam:

    Seltzer

  • Voornaam:

    Wendy

  • Land:

    Verenigde Staten

  • Bezighied:

    Cyberprof in Yale, rechtenactiviste, specialiseerde zich in het recht op het Internet, lid van de raad van bestuur van TOR

Vindt ze leuk:
  • - Het respect voor de privacy van Internetgebruikers, het algemene gegeven van opensource, bijdragen tot de ontwikkeling van de Creative Commons

Concepten

Neutraliteit van het Net
Neutraliteit van het Net

Het principe dat elk Internetverkeer op een eerlijke manier moet worden behandeld. Anders gezegd: onze toegangsleveranciers (Belgacom, Voo, Telenet enz.) zijn niet meer dan postbodes, en Internet biedt ons de transmissiemiddelen. De website Internetetmoi.fr vat het goed samen: “de Internet service providers moeten me een onbeperkte Internettoegang verzekeren, zonder dat ze mijn gegevens controleren, de door mij bezochte sites wijzigen, of de toegang vertragen tot bepaalde sites en protocollen.”

De term ‘neutraliteit van het Net’ is in 2003 bedacht door Tim Wu, een Amerikaanse professor in de rechten, maar de idee is een stuk ouder. Ze bestond zeker al ten tijde van de Pacific Telegraph Act (1860), waarin stond dat telegrammen, of die nu van ondernemingen of individuen kwamen, zouden worden verzonden in de volgorde waarin ze werden ontvangen, dus zonder voorkeursbehandeling. Een uitzondering hierop vormden de staatsberichten, die steeds prioritair werden behandeld.

Free Software
Free Software

Het concept van vrije software is beschreven door Richard Stallman, een gereputeerde programmeur. In het begin van de jaren 80 werkte Stallman in het laboratorium voor artificiële intelligentie van het MIT. Voor de tweede keer ontving het labo een gratis printer van Xerox. De code van de eerste printer was open, en dus waren de hackers van het MIT erin geslaagd hem te verbeteren. De nieuwe machine echter was uitgerust met proprietary code, met erg beperkte mogelijkheden tot wijziging. Stallman was gefrustreerd omdat hij de software van de printer niet kon hacken. Daarom startte hij het GNU-project op – dit betrof een uit vrije software bestaand besturingssysteem –, en richtte hij de Free Software Foundation op.

In 1986 ging hij het concept formaliseren. In het Engels verwijst Free Software naar “free as in free speech” en niet “free as in free beer”. Het gaat dus om de vrijheidsgedachte en niet om het gegeven van gratis-zijn. Vier vrijheden kenmerken de vrije software:

- vrijheid om een programma uit te voeren.

- vrijheid om de werking ervan te bestuderen en van die aan te passen. Daarbij is de toegang tot de broncode een absolute voorwaarde.

- vrijheid om kopieën van het programma te verspreiden (geven of verkopen).

- vrijheid om het programma te wijzigen en die wijzigingen te distribueren.

Opensource
Open Source

Sinds 1998 gebruiken steeds meer programmeurs de benaming Opensource (open broncode) voor de door hen ontwikkelde software. Men kan het ontstaan van die trend zien als een zijspoor dat in 1998 werd gecreëerd door mensen die met vrije software werkten. In datzelfde jaar besliste Netscape om het grootste deel van de broncode van zijn browser ter beschikking te stellen van het publiek. Dat publiek zal dan ook bijdragen tot de volgende versie, Mozilla 1.0.

Daarop wilde programmeur Eric Raymond en een hele groep van andere pausen van de hacking de vrije software introduceren in de bedrijfswereld. " Maar wij vonden de benaming ‘vrije software’ zelf wel problematisch »,legt Raymond uit. In het Engels luidt de term ‘free software’. Maar die ‘free’ schrikte de ondernemers af. Betekende die nu ‘gratis’, of ‘vrij om te worden gewijzigd’? Bovendien waren die ondernemers niet opgezet met de verplichting om onder een vrije licentie te distribueren. Pragmatici beslisten daarom de benaming ‘Opensource’ (toegekend volgens 10 criteria),te creëren, omdat die meer kans maakte om de ondernemerswereld te overtuigen. Daarbij legden ze de nadruk op het feit dat software een prijs mag hebben, maar dat de openheid van de code een technische uitmuntendheid garandeert die je niet kan vergelijken met proprietary software. De free software-adepten bekritiseerden die verandering van label. Voor hen werd zo de bij uitstek politieke notie van vrijheid verdoezeld, en tenslotte schuilde daarin hun voornaamste motivatie.

Globale licentie
Globale licentie

Een concept dat in Frankrijk werd voorgesteld, maar ook in België door de Franstalige groenen van Ecolo, als antwoord op het globaal aanvaarde standpunt als het over ‘illegale downloads’ van Internet gaat.

De Ecolo-versie van het voorstel wil die belasting opleggen aan de Internetproviders. De abonnementsprijzen zouden voor de invoering van de taks worden geblokkeerd (Ecolo vindt namelijk dat die prijzen al te hoog zijn in vergelijking met de buurlanden). Over het bedrag voor de licentie zouden de beheersvennootschappen van auteursrechten en de Internetproviders dan jaarlijks kunnen onderhandelen.

Toch blijven er nog verscheidene vragen: hoe auteurs belonen die niet zijn ingeschreven bij een beheersvennootschap van auteursrechten? Zou die belasting niet alle soorten van inhoud die op Internet staan moeten financieren, in plaats van alleen wat deel uitmaakt van de entertainmentindustrie? Zullen de providers hun deel wel willen bijdragen? Is het trouwens wel correct om de ‘kanalen’ die de gegevens doorsturen te taxeren?

De Franse informaticus en onderzoeker Philippe Aigrain gaat een stap verder dan het concept van globale licentie. Zijn voorstel is de “creatieve bijdrage”, een legale betaling uitgevoerd door de burgers. Die bijdrage is dan niet bestemd voor het budget van de overheid of van een beheersvennootschap van auteursrechten, maar voor een financieringsfonds ten voordele van creatieve doeleinden.

Creative Commons
Creative Commons

In zijn in 2004 verschenen boek Free Culture (‘vrije cultuur’, en niet ‘gratis cultuur’) kwam jurist Lawrence Lessig in opstand tegen de manier waarop tegenwoordig aan innovatie wordt gedaan, wat hij de “permissieve cultuur” noemt. In een dergelijke cultuur “vereist het vermogen om te creëren eerst en vooral dat je je advocaat opbelt”, namelijk om te weten of je niet een of ander recht gaat schenden, van een of andere uitvinder uit het verleden, of van machtige ondernemingen.

In dat systeem, zegt Lessig, zwaaien bepaalde monopolistische instellingen stevig met de scepter in de wereld van populair entertainment (muziek, film). Zij trachten het Internet hun eigen opvatting van de intellectuele eigendom op te dringen. Om de gulden middenweg te vinden tussen het publieke domein (“de advocatenvrije zone”) en het “alle rechten voorbehouden aan”, richtte Lessig in 2001 Creative Commons mee op. Die non-profitorganisatie wil het volgende mogelijk maken: “de verspreiding en het hergebruik van creativiteit en kennis door het aanbieden van gratis legale tools.

Zo heeft Creative Commons meerdere licenties ontworpen waarmee een auteur zijn werken kan labelen. Die licenties staan voor een uitgebreid aanbod van distributie- en hergebruikrechten.