Menu

Chronologie

-388

Een kritisch leerproces

Een kritisch leerprocesPlato sticht de Academie op een stuk grond buiten de muren van Athene. De Academie is voorbehouden voor de fine fleur van de Atheense aristocratie, en er gelden welbepaalde regels. De kennis wordt er niet op verticale wijze doorgegeven. De leraar is veeleer iemand die de bevalling van ideeën vergemakkelijkt. In combinatie met dialoog moeten voorstellen van te bestuderen kwesties helpen om de kritische geest te ontwikkelen.

Volgens de Finse filosoof Pekka Himanen, auteur van ‘The Hacker Ethic’, vinden we dat terug in het domein van de wetenschap: die manier om de waarheid te benaderen aan de hand van de ‘kritische dialoog’ (methode die ‘synusia’ wordt genoemd), en het proces waarbij de collectiviteit van de Academie de ontwikkelingen van de verschillende leden corrigeert en optimaliseert. Socioloog Robert Merton betrekt hierbij zijn ‘Organized Skeptism’, een van de morele waarden die hij theoretiseerde voor zijn beschrijving van de ethische principes van het onderzoek. Dat concept "impliceert een latente bevraging van bepaalde grondvesten van de heersende routine, de autoriteit, […] en het rijk van wat algemeen als ‘heilig’ wordt beschouwd."

In de hackerscultuur vinden we gelijkaardige principes terug: de collectiviteit scant de ontwikkeling van informaticasystemen, niet uit wantrouwen, maar vanuit een continu verlangen om te verbeteren en bij te leren.

Beeld : De Academie van Plato (Mozaïek in Pompei, 1e eeuw na Christus)

-370

Socrates, de eerste hacker?

Socrates, de eerste hacker?In zijn Memorabilia, bewerkt de Griekse filosoof en historicus Xenophon een dialoog die zou hebben plaatsgevonden tussen zijn leermeester Socrates en de sofist Antiphon. Die laatste bood tegen betaling zijn diensten als redenaar aan. De grote groep leerlingen die gaanderwijs rond Socrates ontstond, wekte zijn afgunst. Antiphon wendde zich tot de rondzwervende filosoof en verweet hem dat hij het geluk niet predikte en dat hij zowel ’s winters als ’s zomers gekleed ging in een bedelaarsmantel en op versleten sandalen liep. “Ik twijfel er niet aan, Socrates, dat je rechtvaardig bent, maar wijs ben je helemaal niet, […], want je verdient geen cent aan je lessen. Toch zou je jouw mantel, jouw huis of elk ander voorwerp in jouw bezit niet zomaar aan iemand weggeven”.

Antiphon verweet Socrates dat hij de waarde van zijn wetenschap niet kende. Socrates repliceerde als volgt: “Het is bij ons een gangbare mening, Antiphon, dat je van schoonheid en wetenschap zowel een beschamend als een eerbaar beroep kan maken. [...] diegenen die voor haar [de wetenschap] geld vragen aan wie ervoor wilt betalen, heten sofisten, net zoals zij die hun schoonheid verkopen, prostitués heten. Maar van een man die in een andere een natuurlijke gelukkige herkent, en vriendschap met hem sluit door hem zijn kennis van het goede aan te leren, vinden we dat hij zich gedraagt zoals het een oprechte burger betaamt.”

Die tegenstrijdige opvattingen van Socrates en Antiphon over het gratis karakter van uitgewisselde kennis en het immateriële voordeel dat deze uitwisseling oplevert voor de maatschappij, zijn terug te vinden bij de Free software movement en in de werkethiek van de hackers. Op de vraag “wie is uw favoriete hacker?” van de krant Libération in 2001, antwoordde de Finse filosoof Pekka Himanen, auteur van ‘The Hacker Ethic’: Socrates. Verklaring: zijn “gepassioneerde en bescheiden verhouding tot de kennis” en “zijn zoektocht naar onvoorspelbare denkrichtingen”.

Beeld : Socrate (Thomas Stanley, History of Philosophy, 1655)

1765

Het web van de Verlichte denkers

Photo Het web van de Verlichte denkersNiet zonder enige droefheid legt Denis Diderot zijn veer neer. Hij heeft net de nalezing afgewerkt van de uitgave van het ‘Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers’, beter bekend als de ‘Encyclopédie’. Aan dit enorme oeuvre van bijna 72 000 artikels heeft hij 25 levensjaren gewerkt. Het is van de hand van de beste auteurs van zijn tijd, en historicus Daniel Roche doopte het meteen tot “oorlogsmachine van de Verlichting" », ondanks de incoherenties die het bevat. Met wat afstand kunnen we nu zeggen dat de ‘Encyclopédie’ lijkt op een hypertext-systeem (of zelfs op een prehistorisch soort van web, maar dan in papieren versie), en dat ligt niet alleen aan de hoeveelheid kennis die ze verzamelt.

Om de grenzen van het alfabetische klassement van de trefwoorden te omzeilen, werkten Diderot en zijn collega’s een systeem van verwijzing tussen de diverse bijdragen uit . We hebben het hier over meer dan 60 000 verwijzingen in totaal. Hun doel is dat de gebruiker kan navigeren binnen de wetenschappelijke categorieën maar ook dat hij die categorieën kan verlaten: “Op elk moment zal de Grammatica verwijzen naar de Dialectiek, de Dialectiek naar de Metafysica, de Metafysica naar de Theologie, enz.”, schreef Diderot. Zo dienden de woordverwijzingen om concepten te verduidelijken, en de objectsverwijzingen om analogieën te creëren, en om artikels aan elkaar te linken of net van elkaar te onderscheiden. Kortom, de bedoeling was de lezer vrij te laten in zijn parcours.

Er waren ook en vooral de zogeheten ‘satirische’ verwijzingen. Hun bestaansreden: onder triviale titels ironische pijlen kunnen afschieten tegen Kerk of Staat. Zo dient een artikel over Genève om de priesters van die stad te bekritiseren, en trekt het trefwoord ‘capuchon’ de monnikenorde in het belachelijke en nagelt die bovendien het religieuze fanatisme aan het kruis. Dat tekstuele labyrint van verwijzingen, doorspekt met ironie, was een middel om zich te beschermen tegen censuur. Op een gelijkaardige manier kan het hypertekstuele oneindige van het Internet in sommige gevallen, dankzij spiegelsites en de vlotte circulatie van links, strijden tegen het blokkeren van een website door een of ander autoritair regime.

Beeld : Lettre A (in de Encyclopédie van Diderot, 1751)

1865

De Staten gaan over tot controle

De Staten gaan over tot controleOp het moment dat men overal op het Europese continent telegraaflijnen aanlegt, vinden de Staten dat het tijd is voor een regelgeving. Op 17 mei ondertekenen twintig Europese landen een Internationale Telegraaf Conventie. Die zal uitmonden in de oprichting van de Internationale Telegraafunie, voorloper van de huidige International Telecommunications Union (ITU). ‘Neutraliteit’ van het kabelnetwerk was niet echt een strijdpunt van de Conventie die voor de verzendingen een prioritaire volgorde voorzag naar gelang deze betrekking hadden op ‘de Staat’, ‘diensten’ of van ‘privé-’ aard waren. Staatsgebonden berichten kregen voorrang op alle andere verzendingen, een regel die we gedeeltelijk kunnen verklaren door de schaarste aan ‘bandbreedte’ in die tijd.

Vandaag de dag ijveren de hackers voor de invoering van een wetgeving ter bescherming van wat men ‘de neutraliteit van het Net’ noemt, een concept dat totaal haaks staat op dat van de ‘prioritaire verzendingen’. Simpel uitgelegd bepaalt het dat al het Internetverkeer op een gelijkwaardige manier moet worden behandeld. Zo mag, volgens Benjamin Bayart, diegene die Internettoegang verschaft de gegevens van zijn gebruikers niet bestuderen, en mag hij de toegang tot bepaalde sites of gebruikte protocols niet vertragen of wijzigen.

Beeld : Monument voor de International Telecommunication Union

1870

Facebook in morse

Facebook in morseDe verspreiding van de telegraaf had niet alleen technologische maar ook sociale en politieke gevolgen, alsook een weerslag op de media, op een vergelijkbare manier als wat de explosie van het web heeft veroorzaakt. Dat licht Tom Standage toe in The Victorian InternetThe Victorian Internet.Standage herinnert ons eraan dat journalisten vanaf 1840 met de intussen gekende catchphrase op de proppen kwamen, namelijk ‘het telegram wordt nog de doodsteek van ons beroep’. In die tijd al vond James Gordon Benett, uitgever van de New York Herald, dat kranten die niet meer deden dan nieuwsberichten reproduceren ten dode waren opgeschreven, in tegenstelling tot media die ook commentaar en analyse aanboden.

Nu het nieuws zich sneller verspreidde, moesten politici op hun woorden gaan letten. De uitbreiding van de telegraaf wees zelfs op een sociaal netwerk in een embryonaal stadium. Door op de zender te tikken ontwikkelden de telegrafisten linguïstische codes die eigen waren aan hun wereldje. Standage haalt zelfs het voorbeeld aan van een via het telegram beklonken huwelijk tussen de dochter van een rijke handelaar en haar tortelduif, een zakenman.Bij het prille begin van het telegrafische netwerk kon je al van op afstand een spelletje schaak spelen. Fraudeurs in de dop maakten er dan weer gebruik van om de bookmakers te misleiden, namelijk door sportieve uitslagen als eerste te bemachtigen.

Tom Standage vat treffend samen: “criminelen, minnaars en zakenmannen zullen er altijd zijn. Het Internet veroordelen als was het een beerput van verdorvenheid is al even dom als beweren dat het ons de wereldvrede zal brengen. Het enige wat technologieën als het Internet of de telegraaf doen, is de bestaande menselijke neigingen uitvergroten.” De progressieve verdwijning van de telegraaf zou te wijten zijn aan de pijlsnelle opkomst van de telefoon. Toch reiken zijn golden years tot in de jaren 20 en 30, dankzij de voordelige prijs van internationale verzendingen.

Beeld : de Aangesloten stad (Ets, publiek domein, 1913)

1902

De eerste hackers? Eenvoudige landbouwers

De eerste hackers? Eenvoudige landbouwersEen in dat jaar uitgevoerde telling in de Verenigde Staten resulteerde in ongeveer 6000 door boeren en coöperatieven aangelegde telefoonlijnen buiten de stedelijke zones van de VS. Volgens de Zweedse onderzoeker Johan Söderberg, hadden zij het patent gekaapt dat Alexander Graham Bell en zijn familie voor de telefoon hadden verkregen. Dat patent betekende voor de Bell Telephone Company de garantie van zijn monopolie op telefoongesprekken.

De vennootschap concentreerde zich bij de uitbouw van het netwerk alleen op de stedelijke zones. Bell Telephone Company verhuurde telefoontoestellen aan de gebruikers, en sloot zo de landelijke gebieden met hun ver uit elkaar liggende farms uit, al hadden net die boerderijen de meeste nood aan die infrastructuur. Maar … ze gaven niet meteen zicht op een substantiële economische winst. Zo kwam het dat de boeren hun eigen lijnen gingen aanleggen, soms zelfs met behulp van schrikdraad. Voor Söderberg zijn de “meest rechtstreekse afstammelingen van die landbouwers de huidige activisten die een gratis Wi-Fi-toegang in hun buurt opzetten.” Dat geldt voor de beweging Freifunk (Vrije radio) in Duitsland, net als voor talloze wireless communities overal in Europa.

Beeld : Monument pour l'Union Internationale des Télécommunications

1934

De made in Belgium-droom van Paul Otlet

Twee jaar voor HG Wells tijdens een conferentie de creatie van een ‘World Encyclopaedia’ zou voorstellen – een zeer normatief naslagwerk dat alle ‘intellectuele werkkrachten’ moest verenigen – beviel de Belg Paul Otlet, hyperveelzijdige man, ondernemer, visionair, uitvinder, idealist en schrijver van zijn grote oeuvre. Het Traité de Documentation of Boek over het Boek zou Otlet maken tot een van de vaders van de informatiewetenschappen. Op pagina 428 beschrijft hij een systeem dat tegenwoordig wordt beschouwd als een van de eerste visies van het web. Het was de bedoeling dat de gebruiker dankzij een telefoon en een scherm documenten kon bekijken in een groot “gebouw waar alle boeken en informatie lag opgeslagen”. Aan de hand van die technologie zou het mogelijk zijn een « “collectief mechanisch brein” te creëren.

Er was wel een belangrijk verschil met het huidige ‘ethos’ van het web, dat ijvert voor een bottom-upverspreiding van de informatie. Otlets plan voorzag een analyse van alle soorten inhoud door professionele documentaristen. In de bovenstaande video beschrijft Christophe Lejeune van de Universiteit van Luik de droom van Paul Otlet en zijn assistent Henri La Fontaine (de door hen bij elkaar gezochte collecties bevinden zich vandaag in het a href="http://www.mundaneum.org/" target="_blank">Mundaneum, in Bergen .

1954

Alan Turing, neergehaald genie

Alan Turing, neergehaald genieOp 7 juni beet de vermaarde Engelse wiskundige Alan Turing in een appel. Net als in de Disneyfilm van Sneeuwwitje, een prent die hem fascineerde, en dan vooral die scene waarbij de verdoemde koningin in een heks verandert.

De appel zat boordevol cyanide. Het was Turings schoonmaakster die zijn lichaam vond. De zelfmoord werd vastgesteld. Enkele maanden tevoren had een Engelse rechter Turing de keuze tussen twee mogelijkheden gegeven, nadat hij een homoseksuele relatie had opgebiecht. Dat laatste werd in het toenmalige Engeland beschouwd als een illegale daad. En Turing had gekozen. Hij verkoos de chemische castratie boven een gevangenisstraf. Door de bijwerkingen kreeg hij een vrouwenboezem. Hij raakte in een diepe depressie.

Toch was Turing ook een held uit de Tweede Wereldoorlog. Hij had een decryptiesysteem ontworpen met de naam « Bombe électromagnétique waarmee je berichten van de Duitsers kon ontcijferen. Turing vond ook de machine die zijn naam draagt uit – hypothetisch dan, want hij maakte ze niet zelf

Het was eveneens Turing die in 1951 het programmatiesysteem ontwikkelde van de Ferranti Mark 1, de eerste in de handel verkrijgbare algemene elektronische computer. Time Magazine vat het als volgt samen in zijn lijst van de 100 belangrijkste personen van de 20e eeuw: “Alles waarbij men op een klavier tikt, of een spreadsheet of tekstverwerkingsprogramma opent, werkt als een incarnatie van de Turingmachine”. 2012 werd uitgeroepen tot Alan Turing Year, ter gelegenheid van het honderdste verjaardag van zijn geboorte, en bijna zestig jaar na zijn zelfmoord.

Beeld : Standbeeld van Alan Turing (Copyright: CC-BY-ND-NC, Christopher Hawkins)

1959

Wie hackt, zal de trein nemen

Wie hackt, zal de trein nemenVoor en net na de Tweede Wereldoorlog was het Massachusetts Institute of Technology (MIT) waarschijnlijk een van de epicentra van de reflectie over de interactie tussen mens en machine. Geïnspireerd door de ideeën over cybernetica van Norbert Wiener, gingen de laboranten van het MIT over tot de praktijk. In juni 1959, gaf Peter Samson, lid van de Tech Modern Railroad Club van het MIT, een vereniging van studenten die dol waren op modeltreinen, een eerste definitie van het woord ‘hacker’ in het Woordenboek van de Club . Hacker: hij die een hack maakt, wat onder andere werd gedefinieerd als een onderneming zonder a priori constructief einde.

Niet simpel om ironie en realiteit van elkaar te onderscheiden … Toch preciseerde Peter Samson bijna een halve eeuw later dat hij met die definitie neutraliteit beoogde, wars van goed- of kwaadaardige connotaties. Hij vertelde er wel bij dat een hacker de ‘standaardoplossing’ vermijdt. In 1961 kocht het MIT een PDP-1 aan, een oefencomputer voor de studenten. Zo codeerden ze Spacewar, de eerste computergame. Programmeur en auteur Eric Raymond heeft die datum uitgekozen om het tijdperk van de hackerscultuur te laten starten. Volgens hem hadden de helden van het MIT niet alleen “programmeertools uitgevonden”, maar ook een jargon en een hele omgevende cultuur die we vandaag nog steeds herkennen. 

60'-70'

Het Internet heeft niet één geschiedenis maar verschillende geschiedenissen. Die verhalen zijn (soms) bevolkt door militairen, ook (en vooral) door wetenschappers, en door hobbyisten, hackers van het eerste uur en ontgoochelde hippies. Socioloog Dominique Cardon vat dertig jaren geschiedenis van het Net in enkele minuten samen. Blijf je wat op je honger zitten, dan vind je meer details onder de latere data.

1968

Du LSD aux lignes de code

Ken Kesey (auteur van One Flew Over the Cuckoo’s Nest), de Merry Pranksters, een bustrip doorspekt met knappe koppen die gefascineerd zijn door klank- en lichtspel, een stevige dosis LSD en de beloften van een nieuwe samenleving.Dat alles is de materie van The Electric Kool-Aid Acid Test, Tom Wolfe’s hectische getuigenis over de gouden jaren van de hippies. Bij de Pranksters is er sprake van een schriele blonde jongeman met op zijn voorhoofd een klein blinkend schijfje en rond zijn hals een sieraad van Indische parels. Maar zonder hemd. Alleen dat parelhalssnoer op die naakte huid en een wit slagersjasje, versierd met medailles met daarop de beeltenis van de Koning van Zweden." Die blonde jongen is Stewart Brand, de man die eind 1968 achter de camera stond van The Mother of All Demos van Douglas Engelbart.

Datzelfde jaar geeft Brand een magazine uit, met als titel Whole Earth Catalog (WEC). Hierover zou Steve Jobs in 2005 zeggen dat het “de papieren Google" uit zijn jeugdjaren was. Vier jaar lang was de Whole Earth Catalog de Bijbel van de Amerikaanse tegencultuur. De inhoud van de WEC gaf Brands ideologie weer. Die was sterk gekleurd door het libertarisme. In ’57 schreef Brand al in zijn dagboek: “Ik zal vechten voor het individualisme en de persoonlijke vrijheid.” Na zijn passage bij het leger zou hij jarenlang (mentaal en fysiek) surfen naar samenlevingen en andere microkosmosachtige werelden: die van hippies, wetenschapsmensen, post-beatniks, bewoners van communes, academici.

Net zoals duizenden Amerikanen in die periode, droomde hij ervan “het individu te bevrijden”, wat voor hem tegelijkertijd “een evolutionaire imperatief” en een “dringend persoonlijk doel” was. In een tijd toen er nog geen Internet was, stond de Whole Earth voor een reusachtig patchwork van teksten en raadgevingen om die bevrijding te realiseren. Dat ging van een handleiding voor de bouw van een geodetische koepel, tot methodische tips om zelf een autonome gemeenschap op te richten.

Het magazine kroonde het ‘do-it-yourself’ tot productiemodus nummer 1.In de eerste uitgave van het WEC was er al sprake van computers. Libertariër Brand zag die al snel als bevrijdingstools, een gedachte die nog sterker werd na The Mother of All Demos van Douglas Engelbart. Gedurende het hele seventiesdecennium trad Brand op als ware apostel van de Personal Computer, en droeg hij bij tot de integratie van computers in de populaire cultuur.

1969

Lancering van Arpanet

Vaak hoor je dat het doel van de ontwikkeling van Arpanet, de zogenaamde voorloper van het Internet, van militaire aard was, namelijk een manier voor de VS om een nucleaire aanval van de Sovjetunie af te blokken. De werkelijkheid is honderdmaal meer prozaïsch. In 1965 slaagden psycholoog Tom Marrill en de jonge informaticus Lawrence Roberts er in om de eerste connectie tussen twee computers te maken. Ze deden dit via telefoonlijnen tussen het Lincoln’s Lab van het MIT en Santa Monica. De verbinding was traag, heel traag, maar de academische kringen ervoeren het experiment als een aanmoediging. Het geheel was gefinancierd door ARPA.

Robert Taylor, een oudgediende van de NASA, was JRC Licklider opgevolgd aan het hoofd van ARPA-IPTO. Al snel stelde hij vast dat de verschillende gecontracteerde universiteiten er niet in sloegen hun onderzoeken op elkaar af te stemmen. Bovendien beschikten ze niet allemaal over computers van goede kwaliteit. Ze hadden er uiteraard minstens één goede nodig.

Taylor besliste een infrastructuur te maken om ze met elkaar te verbinden en vooral ook om de rekenorganen van de computers te delen (timesharing of tijdscharing genoemd). Hij nam Roberts in dienst als leider van het project. In 1967 stelde hij het hele project voor aan de partners van ARPA.

De ontvangst was gereserveerd, ultrakoel zelfs: de universiteiten wilden hun computers niet delen. Na de overbrugging van een aantal technische problemen (zoals het gebruik van kleine, gelijkaardige computers met eenzelfde taal om de netwerkfuncties scherp te stellen), was een eerste verbinding, namelijk tussen de Univeriteit van Californië in Los Angeles en het laboratorium van Doug Engelbart in Stanford (San Francisco) een feit.

Eind ’69 waren vier computers aangesloten op het netwerk. In ’71 waren dat er 23. De wetenschappers lieten de champagne knallen. Later zou Roberts eraan herinneren dat Arpanet in eerste instantie niet diende om berichten tussen personen uit te wisselen, maar vooral om computing resources te delen. Niettemin werd in ’72 de eerste applicatie de eerste applicatie om mails te sturen gelanceerd. Daarbij bevatten de adressen al @’s. Maar al ontwikkelde Arpanet zich verder als uniek netwerk, toch stond het nog ver van het Internet of anders gezegd, een netwerk van netwerken.

1983

RMS gaat in het verzet

Photo Rms gaat in het verzet Over informatica en politiek spreken zonder Richard Stallman (of RMS) te vermelden, het is als de geschiedenis van het communisme beschrijven zonder het over Gramsci te hebben, of de geschiedenis van de radio en daarbij Marconi over te slaan. Journalist Stephen Levy overdreef sterk toen hij Richard Stallman omschreef als de “laatste echte hacker”. Volgens Stallman zelf werd hij in 1953 gemaakt in een laboratorium in Manhattan. Op zijn 18e belandde hij in het laboratorium voor artificiële intelligentie van het MIT. Gedurende meerdere jaren hield hij zich onophoudelijk bezig met coderen. Hij zou er zelfs vroegtijdige artrose in de vingers van krijgen.

Tijdens de scharnierjaren tussen de eighties en nineties gingen steeds meer makers van software hun broncodes om commerciële redenen sluiten en hun programma’s onder copyright plaatsen. Toen Stallman er achter kwam dat de software van zijn Xerox-printer in het MIT niet langer kon worden gehackt, startte hij zijn verzetsstrijd. Samen met vele anderen was hij ervan overtuigd dat het softwareprogramma en vooral ook de gebruikers vrij moesten blijven. Je moest de code kunnen bestuderen, kopiëren, aanpassen en delen.

Hij voegde de daad bij het woord: in 1983 lanceerde hij het GNU Project, een immense gezamenlijke site waar vrije software werd ontwikkeld. Een daarvan was het besturingssysteem GNU. Om zijn beweging te ondersteunen, zou Stallman in 1985 de Free Software Foundation oprichten, en ook vandaag nog voert hij over de hele wereld zijn pleidooi voor vrije software.

Beeld : RMS gaat in het verzet (Copyright: CC-BY-SA 2.0 / Lucy Watts)

1984

De geniale slag van de CCC

Photo De geniale slag van de CCC In 1981 sprak Wau Holland, een Duitse journalist en hacker, af met enkele andere mensen in de kantoren van de krant Die Tageszeitung. Computers en netwerken ontwikkelden zich in die periode volop. Er heerste heel wat bezorgdheid over het toezicht en het perverse gebruik van de nieuwe technologieën. Maar Wau Holland en zijn trawanten zagen de computer ook als een progressieve tool. Hun belangstelling ging uit naar hardware, amateurradio, cryptografie en het programmeren. Om die onderwerpen onder gelijkgestemde liefhebbers te kunnen benaderen, richtten ze de Chaos Computer Club (CCC) op.

“Mede door hun antiautoritaire geestesgesteldheid begrepen zij dat technologie in de handen van het volk moest liggen, dat iedereen moest kunnen leren, zonder belemmering."

1984 werd het jaar waarin de CCC zijn reputatie stevig ging opbouwen. Een jaar na de lancering van de Bildschirmtext, een interactief videotekstsysteem, gingen de hackers van de Club het gebruiken om 134 000 Deutsche Marken van een Duitse bank naar hun eigen rekening af te leiden. De dag daarop gaven ze het geld terug op een persconferentie tijdens welke ze de aandacht vestigden op fouten in de beveiliging van de Bildschirmtext.

1985

What the Well is That?

What the well is that ?We verlieten Stewart Brand in 1969, helemaal enthousiast over Doug Engelbarts informatica op mensenmaat. Zestien jaar later komen we hem terug tegen, als grondlegger van de creatie van WELL. Deze Whole Earth 'Lectronic Link is een van de oudste, nog steeds actieve virtuele communities op het Net (de eerste is waarschijnlijk de CommuniTree van Dean Dengle, in het leven geroepen in 1978). Oorspronkelijk werkte die als een Bulletin Board Service (een server met een softwareprogramma voor messaging-diensten, uitwisselen van files of spelletjes), waarbij de verbinding gebeurde met behulp van het telefoonnetwerk.

Voor Brand en talloze oude hippies betekende de WELL en het online brengen van individu’s een tweede kans voor de verwezenlijking van hun libertaire droom van communities zonder hiërarchie die allerlei samenlevingsalternatieven konden genereren. Eén jaar voor de lancering van WELL had Brand de eerste Hacker Conference in de buurt van San Francisco georganiseerd. Daar deed hij de volgende, inmiddels beroemde uitspraak: surprise technologique “De informatie wil vrij zijn, omdat de kost om haar te verspreiden onophoudelijk blijft zakken." Hij vulde dit aan met een nog steeds actuele paradox: “de informatie wil ook duur zijn, omdat ze zo waardevol is.”

Diezelfde spanning is vandaag meer dan ooit voelbaar, zowel in debatten over copyright en patenten als in de ruimere filosofische reflectie over de komst en de nieuwe mogelijkheden van het informatietijdperk.

Beeld: Stewart Brand (Copyright: CC-BY-NC 2.0 / Jpeepz)

1989

Uw computer werd geWANKt

Uw computer werd geWANKtVoor Julian Assange himself ontstaat het hacktivisme in 1989 (de term werd in 1996 bedacht door Omega, een hacker die behoorde tot het collectief Cult of the Dead Cow. Hachtivisme ging over het hacken met politieke doeleinden, meer bepaald om de mensenrechten te versterken en de open uitwisseling van informatie te bevorderen). Enkele weken voor de lancering van het ruimtetuig Galileo, die richting Jupiter moest vliegen, kregen de computers van de NASA en het Amerikaanse Energiedepartement te maken met een mysterieuze aanval.

Op het moment dat de NASA-teams aanlogden, verscheen er een banner op hun scherm met het bericht: Worm Against Nuclear Killers (WANK). “Uw systeem werd officieel geWANKt”. De NASA sloeg in paniek. De lancering van de ruimtesonde was immers al verschillende keren uitgesteld. Een nieuw uitstel zou de kost van een al buitensporig budget nog meer de hoogte injagenvan een al buitensporig budget nog meer de hoogte injagen. De analysten van de NASA onderzochten de broncode van WANK, en stootten op instructies om te vermijden dat de machines in Nieuw-Zeeland geïnfecteerd zouden geraken.

Waarom? De hacktivisten die verantwoordelijk waren voor de worm hadden kritiek op het feit dat de sonde werd voortgestuwd met radioactief plutonium. En Nieuw-Zeeland was in 1984 een niet-nucleair gebied geworden. David Lange, de toenmalige Eerste minister had namelijk een verbod uitgevaardigd voor schepen die nucleaire wapens vervoerden of aangedreven waren door kernenergie om er in de havens aan te meren, dit tot grote woede van de Verenigde Staten. De oorsprong van deze militante en erg humoristische worm (hij publiceerde berichten als “Stem voor de anarchisten” en “de FBI ziet u” op de schermen van de geïnfecteerde computers) zou getraceerd zijn in Melbourne, Australië.

1990

Wevers van het Web

In de 20e eeuw is er véél nagedacht over de hypertekst. De term werd trouwens in 1965 bedacht door Ted Nelson, een pionier op het gebied van informatietechnologie. Met zijn grote project Xanadu droomde hij er in die jaren van om een uiterst compleet hypertekstsysteem te creëren, een droom die nooit helemaal is uitgekomen. De grootste hypertekst die echt ooit heeft bestaan, hebben we te danken aan een Brit, Tim Berners-Lee, en (tadaa!) een Belg, Robert Cailliaux. Die twee informatici van het CERN (de Europese Raad voor Kernonderzoek) stelden in 1990 de basistekst ‘WorldWideWeb: Proposal for a Hypertext Project' op.

Hun doel: een hypertekstsysteem verbinden met Internet, en toegang krijgen tot diverse systemen en informatiebronnen dankzij een eengemaakte interface, de browser. Met behulp van hypertekstlinks en in eenzelfde taal geformatteerde pagina’s moest het Web het aldus mogelijk maken om van het ene informatie-eilandje naar het ander te ‘hoppen’.

1996

Onafhankelijkheidsverklaring van cyberspace

Onafhankelijkheidsverklaring van cyberspaceEr bestaan talloze teksten, manifesten en andere verklaringen over Internet. OWNI heeft er trouwens een erg praktische app van gemaakt. Het oudste fragment dateert wellicht uit 1978. Het is van de hand van Dean Gengle, en formuleert de eis van een ‘Electronic Bill of Rights’, een toespeling op de Verklaring van de Rechten van de Amerikaanse grondwet (de eerste tien amendementen). Dengle ijverde voor duidelijke afbakeningen rond privéleven, beveiliging/bewaking en vrije meningsuiting, om zo “de sociale kost” die de herneming “van oude sociale conflicten” met zich zou meebrengen, te vermijden.

In 1996 zou John Perry Barlow de wereld een vernietigende tekst in de maag splitsen. Barlow was nog tekstschrijver geweest voor de Grateful Dead (nog meer Amerikaanse tegencultuur!), en hij was ook medeoprichter van de Electronic Frontier Foundation. De titel van zijn stuk luidde A Declaration of the Independence of Cyberspace. Hij verklaart er dat “de overheden van de industriële wereld”, of nog, dat de “vermoeide reuzen van vlees en staal” het recht niet hebben om te proberen hun soevereiniteit te vestigen in de wereld van het Internet. Barlow riep ook op tot de creatie van “een beschaving van de geest in Cyberspace”. Wat hem zo woedend had gemaakt, was de ondertekening van de Amerikaanse Telecommunications Act. Sommige bepalingen hiervan beoogden immers de regulering van Internet, en meer bepaald van sommige vormen van inhoud die het Net kon verspreiden.

Beeld : John Perry Barlow (Bron: Joi)

2006

Een lekkende machine

Een lekkende machineOver Julian Assange heeft men alles al geschreven. Of toch bijna alles. Drie teksten kunnen je helpen om de hacker met de witte haren, koning van zijn eigen, door een politiek ideaal aangedreven mise en scène, beter te begrijpen.

De eerste is Underground,een boek dat hij samen met de Australische onderzoekster Suelette Dreyfus schreef. Het boek beschrijft de beproevingen van enkele personages die het voorgeborchte van het netwerk induiken door telefoonlijnen te kraken en binnen te breken in banken en universiteiten, steeds op de vlucht voor de sporen van de politie. Voor de fun, de uitdaging, maar niet altijd enkel daarom. Een van hen is Mendax, de leugenaar in het Latijn. Zijn echte naam: Julian Assange. Uiteindelijk pakt de brigade hem op, en verschijnt hij voor de rechter voor maar liefst 31 ‘hacking’-feiten. Hij is enorm geboeid door In the First Circle van Aleksandr Solzjenitsyn, waarin wetenschapsmensen worden afgevoerd naar de goelag.

De Australische intellectueel Robert Manne publiceerde in 2011 een biografie van Assange die een vrij neutrale beschrijving van zijn parcours omvat.

Maar het is de derde tekst, < a href="http://web.archive.org/web/20070829163014/http://iq.org/conspiracies.pdf" arget="_blank">Conspiracy as Governance , die mogelijk een verklaring biedt voor Assange’s wil om WikiLeaks in 2006 op te richten. In grote lijnen suggereert dit eerder ingewikkelde – warrige, volgens sommige – essay dat de elites die aan het hoofd staan van autoritaire regimes samenzweringen gebruiken om hun regimes te verstevigen. Het gaat hier niet over een samenzwering in de klassieke zin van het woord (een bijeenkomst van gemaskerde plotters), maar eerder “een uitwisseling van gevoelige informatie”, gemotiveerd “binnen een gesloten netwerk van machtige elites".

Volgens Assange kan je de macht van een dergelijke samenzwering meten op basis van een analyse van de rapporten en het gewicht van de berichten die de samenzweerders uitwisselen. Als de informatiestroom het nulpunt benadert, betekent dat het einde van de samenzwering. Assange besloot daaruit dat het belangrijk was om het systeem dat de informatie doorgaf aan te pakken, en vooral dan om die informatie te onthullen.

Kort nadat hij die tekst had geschreven, stortte Assange zich in het WikiLeaks-avontuur. Een eerste lek over Somalië vond slechts weinig weerklank. Maar de revelaties over corruptie en afhandeling van fondsen door de familie van de Keniaanse oud-president Daniel Arap Moï, en later over de twijfelachtige manoeuvres van de Zwitserse bank Julius Baer, en over de dumping van giftig afval door de firma Trafigura zouden WikiLeaks een echt forum geven in de media. De lancering van de video Collateral Murder was bovendien een schot in de roos. Het vervolgverhaal, namelijk de publicatie van de MegaLeaks over de oorlogen in Irak en Afghanistan, de Cablegate (dankzij welke de Tunesische protestanten inzagen dat de VS Ben Ali niet noodzakelijk steunden) en de verdenking van verkrachting die nog steeds op Assange weegt, is iedereen bekend.

Beeld : Karikatuur van Julian Assange door Donkey Hotey

2011

Wanneer censuur vlotjes wordt geëxporteerd…

Wanneer censuur vlotjes wordt geëxporteerd … Vandaag is volgende stelling bevestigd: wie zegt dat Internet en de sociale media de ware triggers waren van de revoluties in de Arabische wereld, overdrijft. Los van het totalitaire karakter van de politieke contexten in de regio, moeten we immers ook rekening houden met de eigenheden van die contexten. Diverse onderzoeken, die soms tot verschillende conclusies leidden, hebben zich toegespitst op het volume van de impact van sociale media tijdens de protesten.

Een ding is zeker: Facebook, Twitter en allerlei blogs speelden wel een katalysatorrol. Ze vergemakkelijkten de organisatie van de betogingen en dienden bovendien als platform voor de internationale verspreiding van audiovisuele getuigenissen van de burgers. Een belangrijke component van de manifestaties was jong, online en erg bereid om te bloggen. Een studie die 1000 Egyptische manifestanten bevroeg, toont aan dat het bekendmaken van de opstanden wel eerder per telefoon of door mond-aan-mondreclame verliep, maar dat de helft van de geïnterviewde personen gebruik maakten van hun Facebookprofiel om over de acties te communiceren.

De Arabische Lente maakte het eveneens mogelijk om de draagwijdte bloot te leggen van de controlestrategieën die de regimes van Caïro, Damas, Tunis, Tripoli of Manama tegen hun burgerbevolking inzetten. Precies daar verschenen de hackers op het toneel. Toen Moebarak het Internet met de hulp van Egyptische access providers had afgesloten, probeerden agenten van Telecomix, een ‘cluster’ van hacktivisten, het contact met de Egyptenaren via verscheidene methodes te herstellen. In eerste instantie gebruikten ze de amateurradio en stootten ze enkel op militairen, maar uiteindelijk slaagden ze er via 56 kbps-modems in de Internetverbinding te herstellen bij enkele tientallen personen.

Toen journalisten van de Wall Street Journal rondwandelden op het puin van Tripoli, ontdekten ze een controleruimte. Met behulp van materiaal afkomstig van westerse firma’s (o.m. het Franse Amesys), voerden Lybische officials een diepteonderzoek van het Internetverkeer uit. Op basis van die gegevens zouden niet alleen de hackers van Telecomix maar ook de informatiesites Reflets.info en Owni een echte controlebusiness ontwarren. Inderdaad, meer dan twintig landen fabriceren de nodige uitrusting om bewoners onder permanent politietoezicht te houden. Sommige bieden hun klanten (dictaturen, eerder op het onderwijs gerichte overheidsinstellingen) zelfs een “offensieve informaticastrijd aan. Mét de spyware die daar bij hoort. Zo heeft Telecomix in Syrië de aanwezigheid vastgesteld van materiaal afkomstig van de ondernemingen Bluecoat en Qosmos. De hacktivisten waarschuwden de Internetgebruikers dan ook voor het feit dat hun berichten werden gecontroleerd, en reikten hen enkele tools aan zodat ze hun acties anoniem konden voortzetten.

2012

ACTA gevloerd

Acta gevloerd Sinds de ondertekening van de Telecommunications Act in de VS in 1996 volgen de hackers de ontwikkelingen van wetten en verdragen met betrekking tot Internet steeds van dichtbij. De stemming van het Europees Parlement tegen de Handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak (of ACTA) was voor de organisaties – die zich sinds 2008 tegen dat verdrag hadden verzet – een echt scharniermoment. Op het gebied van Internet ontstonden de controverses vooral rond het artikel 27.4. Dat artikel gaf de bevoegde autoriteiten van de ondertekenende landen de toestemming om van providers van online services (niet alleen de ISP’s, maar ook Google, Youtube, Wikipedia, enz.) te eisen persoonlijke gegevens van een gebruiker door te spelen aan een rechthebbende indien die laatste vond dat de gebruiker zijn rechten had geschonden.

Het falen van het verdrag lag ongetwijfeld voor een groot deel aan de manier van onderhandelen, getekend door een flagrante ondoorzichtigheid die de Europarlementariërs helemaal niet zinde. Maar het tegenlobbywerk van l'EDRi, het Franse la Quadrature du Net en talrijke andere verenigingen voor de bescherming van vrijheden op het Internet heeft, net als de interne actie van de Zweedse Piratenpartij, heeft waarschijnlijk ook gewicht in de schaal gelegd. Toch is ACTA niet definitief dood. Het zou wel eens opnieuw, eventueel in kleine stukjes, langs een achterpoortje kunnen binnenglippen. Zo stelt de Commissie nu CETA voor, een verdrag met een gelijkaardig geurtje, maar dat enkel betrekking zou hebben op de EU en Canada.

verder gaan


delen


Artikels en video's van de blog